Aansprakelijkheidsrisico's voor werkgevers bij onterecht CE gemarkeerde PBM's

06-01-2010   |   juridisch

Persoonlijke beschermingsmiddelen op het werk zijn bedoeld om de werknemers te beschermen tegen arbeidsrisico’s die hun veiligheid of gezondheid kunnen bedreigen. Op het moment dat dan toch een arbeidsongeval gebeurt, speelt de vraag of de werkgever aan de werknemer adequate en veilige persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking heeft gesteld. Daarbij komt ook de vraag aan de orde in hoeverre de werkgever van de veiligheid van in Nederland op de markt aangeboden persoonlijke beschermingsmiddelen mag uitgaan. Mag hij erop vertrouwen dat wanneer de CE-markering is aangebracht deze zonder meer veilig zijn of dient hij de veiligheid zelf ook nog kritisch tegen het licht te (laten) houden? Dit artikel beoogt een antwoord te geven op bovengenoemde vragen.

 

De regels ten aanzien van veilig werken en persoonlijke beschermingsmiddelen

Een werkgever heeft de plicht de arbeidsomgeving voor zijn werknemers zo in te richten, dat voorkomen wordt dat de werknemer tijdens zijn werkzaamheden schade lijdt. Hieronder wordt onder meer verstaan, dat de werkgever verplicht is de “werktuigen en gereedschappen” (arbeidsmiddelen) waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden dat schade voor de werknemer wordt voorkomen. Deze verplichting volgt uit artikel 658 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Doet de werkgever dit niet, dan is hij voor de schade die de werknemer daardoor lijdt, aansprakelijk.

Een manier om de arbeidsomgeving veilig te maken, is het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen. De werkgever is niet vrij bij de keuze voor persoonlijke beschermingsmiddelen, zo volgt uit het Arbeidsomstandighedenbesluit* :

 

Een door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld arbeidsmiddel voldoet aan de op dat arbeidsmiddel van toepassing zijnde Warenwetbesluiten**

 

Kortom, als een werkgever voor de veiligheid van de werknemer kiest om persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken, dan moeten deze voldoen aan de daarop toepasselijke Warenwetbesluiten. Producten die bedoeld zijn als persoonlijke beschermingsmiddelen, moeten voldoen aan het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen*** (het “Warenwetbesluit PBM”). Het Warenwetbesluit PBM schrijft op haar beurt weer voor, dat persoonlijke beschermingsmiddelen aan een aantal essentiële (veiligheids)eisen moeten voldoen en voorzien moeten zijn van een CE-markering.

Het voorgaande heeft tot gevolg, dat de volgende conclusie kan worden getrokken: Voldoet een werkgever niet aan de verplichting om persoonlijke beschermingsmiddelen die voldoen aan het Warenwetbesluit PBM aan de werknemer ter beschikking te stellen, dan heeft hij niet die maatregelen genomen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt. De werkgever is dan in beginsel aansprakelijk.

 

Onterechte CE-markering

Vaak wordt de vraag gesteld of je, als werkgever, erop mag vertrouwen dat persoonlijke beschermingsmiddelen die in Nederland of Europa op de markt worden aangeboden voldoen aan het Warenwetbesluit PBM. Het antwoord op die vraag is “nee”. In de rechtspraak is een aantal keer door de rechter uitgemaakt, dat een werkgever een eigen onderzoeksplicht heeft, ondanks de aanwezige CE-markering. De werkgever is in ieder geval aansprakelijk voor zichtbare gevaren of risico’s. De vraag die beantwoord moet worden, is of de werkgever had moeten onderkennen, dat het persoonlijk beschermingsmiddel onvoldoende bescherming bood. Dit zal per geval verschillend zijn.

 

Onderzoeksplicht werkgever

Zoals gesteld, de werkgever heeft een eigen onderzoeksplicht en zal de uitvoering van dit onderzoek moeten kunnen bewijzen.

 

Regel het in het contract

 

Een werkgever zal in ieder geval moeten aantonen, dat hij de veiligheid van het persoonlijk beschermingsmiddel heeft bekeken of heeft laten bekijken. Dit kan hij doen door in het contract met de leverancier duidelijke afspraken te maken en (in ieder geval) tot uitdrukking te brengen, dat het persoonlijk beschermingsmiddel als arbeidsmiddel zal worden gebruikt en liefst ook voor welke concrete werkzaamheden.

 

Beoordeling door onafhankelijke deskundige

 

Een andere, ondersteunende aanwijzing dat de veiligheid afdoende kan zijn gecontroleerd, kan worden gegeven door het consulteren van een onafhankelijke derde. Een registratie van het persoonlijk beschermingsmiddel bij een onafhankelijk bureau, die de juistheid van de CE-markering en de certificering van het product heeft gecontroleerd, zal een werkgever kunnen helpen om aan te tonen dat hij aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan.

 
* Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)
** Artikel 7.2
*** Besluit van 24 juni 1992, houdende regeling van Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen

 

Auteurs :  Michael Gerrits en Marieke Coumans

De Gier | Stam & Advocaten

 

Aanverwante artikelen : Waarschuwing: let op voor niet gecertificeerde producten

 


Op de hoogte blijven?
Aanmelden voor de GRATIS nieuwsbrief

Meer nieuws
08-09-2009Clearmark 2.0 !