Verplichtingen importeurs en distributeurs onder de richtlijn 89/686/EG persoonlijke beschermingsmiddelen

24-05-2012   |   juridisch

Het is een wijdverbreid misverstand dat alleen fabrikanten en niet ook importeurs en distributeurs (wederverkopers) belangrijke (juridische) verplichtingen hebben voor wat betreft de veiligheid van persoonlijke beschermingsmiddelen die ze verhandelen. In deze publicatie worden deze verplichtingen uiteengezet.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Met persoonlijke beschermingsmiddelen wordt de gebruiker beschermd tegen gevaar op het werk, thuis of tijdens vrijetijdsactiviteiten. In professioneel verband zijn het (hulp)middelen om te verwezenlijken wat volgens de Europese Unie (hierna: EU) een fundamenteel recht is, namelijk het recht op gezondheid en veiligheid op het werk.

De aanwezigheid van de – inmiddels overbekende - CE-markering op persoonlijke beschermingsmiddelen geeft aan dat ze voldoen aan de Europese fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen, waardoor ze overal in de Europese Economische Ruimte (de EU-landen plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) en in Turkije (hierna: EER) mogen worden verkocht. Dit geldt ook voor producten die zijn gemaakt in derde landen.

De wetgeving van de EU met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen is gericht op het harmoniseren van deze fundamentele gezondheids- en veiligheidsvoorschriften die producenten moeten naleven. Handelsbelemmeringen voor deze producten in de interne markt worden op die manier opgeheven.

 

De richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen

De CE-markering is niet verplicht voor alle producten die in de EU worden verkocht. De CE- markering is van toepassing op diverse producten, van elektrische huishoudelijke apparatuur tot speelgoed en van pleziervaartuigen tot medische hulpmiddelen. Deze producten vallen onder een of meer richtlijnen, waarin de specifieke eisen worden beschreven waaraan het product moet voldoen om de CE-markering te mogen voeren.

De CE-markering is, zoals gesteld, van toepassing op persoonlijke beschermingsmiddelen middels de richtlijn betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen 89/686/EEG (hierna: richtlijn PBM)1. De richtlijn PBM is een nieuwe aanpakrichtlijn, dat wil zeggen een richtlijn die voorziet in de aanbrenging van de CE-markering.

In de richtlijn PBM worden persoonlijke beschermingsmiddelen gedefinieerd als “een uitrustingsstuk of -middel dat bestemd is om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden als bescherming tegen één of meer gevaren die een bedreiging voor zijn gezondheid en zijn veiligheid kunnen vormen”. Voor deze bijdrage wordt ervan uitgegaan dat het product dat door de importeur of distributeur wordt verhandeld onder de definitie van persoonlijke beschermingsmiddelen valt en dat bovendien ook geen sprake is van een uitzondering waarop de richtlijn PBM niet van toepassing is2.

 

De richtlijn PBM geldt voor elk afzonderlijk beschermingsmiddel dat voor de eerste keer op de EER- markt zal worden gebracht en/of in gebruik genomen. De richtlijn is dus van toepassing op nieuwe in de lidstaten gefabriceerde persoonlijke beschermingsmiddelen en op nieuwe en gebruikte beschermingsmiddelen geïmporteerd van buiten de EER. De richtlijn is niet van toepassing op persoonlijke beschermingsmiddelen bestemd om op de markt te worden gebracht in een land buiten de EER, of die via de EER wordt doorgevoerd naar een land buiten de EER.

 

De verplichtingen van de importeur

Het is primair de verantwoordelijkheid van de fabrikant dat het product voldoet aan de veiligheidseisen en is voorzien van een CE-markering. De importeur speelt echter ook een belangrijke rol als het erom gaat dat alleen producten die aan de eisen van de wet voldoen en voorzien zijn van een CE-markering op de markt komen.

Als goederen in derde landen zijn geproduceerd en de fabrikant geen vertegenwoordiging heeft in de EER, moet de importeur zorgen dat het product dat hij op de markt brengt, voldoet aan de eisen die van toepassing zijn en geen risico vormt voor de Europese burger. De importeur moet dus in ieder geval nagaan of de fabrikant buiten de EU de benodigde stappen heeft genomen om een veilig product te produceren. Dat brengt met zich mee, dat de importeur een globale kennis dient te hebben van de richtlijn PBM.

Tevens is de importeur verplicht medewerking te verlenen aan de bevoegde autoriteiten als er zich problemen voordoen. De importeur moet dan ook een schriftelijke verklaring hebben van de fabrikant, waaruit blijkt dat hij toegang heeft tot de benodigde documentatie (zoals de EG- conformiteitsverklaring en technische documentatie). De importeur is wettelijk verplicht deze op verzoek van de bevoegde autoriteiten over te leggen. Verder moet de importeur ervoor zorgen dat er altijd contact kan worden opgenomen met de fabrikant.

 

Verplichtingen inzake de richtlijn algemene productveiligheid 2001/95/EG

In 1992 werd de richtlijn inzake algemene productveiligheid goedgekeurd (92/59/EG). Deze richtlijn is herzien (2001/95/EG) en de nieuwe richtlijn inzake algemene productveiligheid (hierna: RAPV) is inmiddels in alle lidstaten in nationaal recht omgezet. In Nederland is dat gebeurd middels het Warenwetbesluit algemene productveiligheid (WAPV).

De RAVP vult specifieke wetgeving inzake productveiligheid zoals de richtlijn PBM op twee manieren aan. Ten eerste is de richtlijn geheel van toepassing op consumentenproducten die buiten het toepassingsgebied van de specifieke richtlijnen vallen (bijvoorbeeld aanstekers). Ten tweede is de richtlijn aanvullend van toepassing op consumentenproducten die onder de specifieke wetgeving inzake productveiligheid vallen indien die wetgeving geen specifieke bepalingen kent inzake verplichtingen van producenten, importeurs en distributeurs.

 

Belangrijke beperking

Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat onder “producten” waarop de RAPV van toepassing is alleen “consumentenproducten” worden verstaan. Dit is een algemene beperking van het toepassingsgebied van de RAPV. De toepassing van de verplichtingen RAPV op persoonlijke beschermingsmiddelen blijft dus beperkt tot consumentenproducten, zij het dat volgens artikel 2, onder a) van de RAPV een consumentenproduct een product is dat “bestemd is voor de consument of waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat het door de consument kan worden gebruikt, ook al is het niet voor hem bestemd”. Importeurs (en distributeurs) dienen het laatste dus goed voor ogen te houden.

 

Op grond van artikel 2 RAPV zijn importeurs gehouden uitsluitend veilige producten op de markt te brengen. Op basis van artikel 2a WAPV is het verboden producten te verhandelen anders dan met inachtneming van de volgende voorschriften:

  • Verstrekking van informatie aan de consument die hem in staat stelt zich een oordeel te vormen over de aan een product inherente risico's gedurende de normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksduur, indien deze risico's zonder passende waarschuwing niet onmiddellijk herkenbaar zijn, om zich zodoende tegen deze risico's te beschermen;
  • het treffen van maatregelen die zijn afgestemd op de kenmerken van de door hen geleverde producten om op de hoogte te kunnen blijven van mogelijke risico’s van deze producten en om passende acties te kunnen ondernemen om deze risico’s te voorkomen, waaronder het uit de handel nemen, het aangepast en doeltreffend waarschuwen van de consumenten en het terugroepen (“product recall”).

Tot deze maatregelen behoren onder meer het vermelden van de identiteit van de importeur op het product of de verpakking ervan, het uitvoeren van steekproeven op de in de handel gebrachte producten, het onderzoeken van klachten en, in voorkomend geval, het bijhouden van een klachtenregister .

Deze acties worden genomen op vrijwillige basis of op verzoek of bevel van de bevoegde autoriteiten.

Overtreding van artikel 2a WAPV is een economisch delict. De importeur kan dan ook strafrechtelijk vervolgd worden bij het op de markt brengen van onveilige persoonlijke beschermingsmiddelen. In dat geval kunnen de bevoegde autoriteiten, indien nodig en gerechtvaardigd, de bedrijfsruimten van de importeur betreden en de nodige monsters van de producten nemen. Wanneer zij dat nodig achten, mogen de autoriteiten producten die een ernstig risico met zich meebrengen, vernietigen of op een andere manier onbruikbaar maken.

 

De verplichtingen van de distributeur

Distributeurs van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn ook belangrijke marktdeelnemers aan het verhandelen van conforme en dus veilige persoonlijke beschermingsmiddelen en dragen daarvoor eveneens een zekere verantwoordelijkheid. In Verordening (EG) nr. 765/2008 wordt een ‘distributeur’ gedefinieerd als “een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of distributeur, die een product op de markt aanbiedt”3.

De rol van distributeurs is verduidelijkt in het Yonemoto-arrest4 van het Europees Hof van Justitie. De vraag in die zaak was of de distributeur de conformiteit van een product dient te verifiëren dat in een andere lidstaat is geproduceerd. Het Europees Hof van Justitie heeft deze vraag ontkennend beantwoord. De Europese wetgeving verzet zich tegen de toepassing van nationale bepalingen op grond waarvan de importeur in een lidstaat van een in een andere lidstaat vervaardigd product die voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van een EG-verklaring van overeenstemming, erop moet toezien dat het product aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van die richtlijn voldoet. Aangezien de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van de richtlijn PBM vooral betrekking hebben op het ontwerp en de productie van persoonlijke beschermingsmiddelen, is immers de meest aangewezen persoon om aan die eisen te voldoen duidelijk degene die de beschermingsmiddelen daadwerkelijk ontwerpt en fabriceert, of tenminste het ontwerp- en productieproces beheerst.

 

Een distributeur van een persoonlijk beschermingsmiddel mag, op basis van het arrest van het Europees Hof, wél worden verplicht:

1. zich er vóór de levering van het product aan de afnemer van te vergewissen, dat deze voorzien is van de CE-markering (en van de andere in bijlage II, punt 2.12, bij de richtlijn PBM bedoelde merktekens) die de noodzakelijke aanwijzingen voor een veilig gebruik van dat product bevatten;

2. zich er vóór de levering van het product aan de afnemer van te vergewissen, dat deze vergezeld gaat van de EG-verklaring van overeenstemming, alsmede van een gebruiksaanwijzing met een vertaling in de taal of talen van de lidstaat waarvoor zij bestemd is (bijlage II, punt 1.4, bij de richtlijn PBM);

3. na het op de markt brengen van het product alle nuttige informatie en medewerking aan de bevoegde autoriteiten te geven, wanneer blijkt dat het product een gevaar oplevert voor de veiligheid of de gezondheid, op voorwaarde dat dergelijke vereisten niet erop neerkomen dat de distributeur verplicht wordt om zelf na te gaan of het product in overeenstemming is met de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van de richtlijn PBM.

 

De richtlijn PBM zelf bevat geen expliciete verplichtingen voor distributeurs, tenzij de distributeur de gemachtigde van de fabrikant is of de persoon is die het persoonlijk beschermingsmiddel voor het eerst in de EER in de handel brengt. De hierna te bespreken verplichtingen zijn derhalve op de RAPV en de WAPV gestoeld.

 

Allereerst mogen distributeurs geen producten leveren waarvan zij weten of op grond van de hun ter beschikking staande gegevens beroepshalve hadden moeten concluderen dat ze niet aan de toepasselijke veiligheidseisen voldoen. Daarnaast dienen ook distributeurs de veiligheid van de op de markt gebrachte producten te bewaken, vooral door informatie over de risico's van de producten door te geven, de nodige documentatie bij te houden en te verstrekken om de oorsprong van producten op te sporen en medewerking te verlenen aan de door de producenten en de bevoegde autoriteiten genomen maatregelen om deze risico's te vermijden5.

 

Wanneer een distributeur weet, of op grond van de hem ter beschikking staande gegevens beroepshalve behoort te weten, dat een door hem op de markt gebracht product voor de consument veiligheidsrisico’s met zich brengt, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis en delen zij mee welke acties er zijn ondernomen om de risico's voor de consument te vermijden6. Desgevraagd verleent de distributeur de bevoegde autoriteiten zijn samenwerking.

 

Kortom, de distributeur moet zorgvuldig handelen om te voorkomen dat het product door zijn handelwijze niet langer aan de eisen voldoet. De distributeur moet ook een basiskennis hebben van de wettelijke eisen en weten voor welke producten de CE-markering met de begeleidende documentatie vereist is. Verder moet hij in staat zijn producten te herkennen die duidelijk niet aan de eisen voldoen.

 

Importeur of distributeur wordt beschouwd als fabrikant

In sommige gevallen gaan de verplichtingen van de importeur of fabrikant zelfs verder. Dat betreffen de situaties waarin de importeur of de distributeur als fabrikant dienen te worden beschouwd.

 

Importeur of distributeur wordt (juridisch) “fabrikant”

Als de importeur of distributeur het product onder zijn eigen naam op de markt brengt, neemt hij de verantwoordelijkheden van de fabrikant over en moet hij voldoen aan alle verplichtingen van de richtlijn PBM (en overige richtlijnen). In dat geval moet hij voldoende informatie hebben over het ontwerp en de productie van het product, aangezien hij de wettelijke verantwoordelijkheid volledig op zich neemt op het moment dat hij de CE-markering aanbrengt.

 

Andere personen die kunnen worden beschouwd als fabrikant

Als een buiten de EER gevestigde fabrikant besluit zijn producten in de EER in de handel te brengen, kan hij zelf voldoen aan zijn verplichtingen volgens de richtlijn PBM of een gemachtigde opdragen namens hem geheel of gedeeltelijk te voldoen aan die verplichtingen. De taken die de fabrikant aan de gemachtigde kan overdragen, kunnen omvatten dat deze ervoor moet zorgen dat de persoonlijke beschermingsmiddelen aan alle essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voldoen, dat het technisch dossier beschikbaar is, dat de gebruiksaanwijzing wordt verstrekt, dat de relevante overeenstemmingsbeoordelingsprocedure wordt uitgevoerd, dat de EG-verklaring van overeenstemming wordt opgesteld en dat de CE-markering wordt aangebracht.

 

Anderzijds kan het besluit om persoonlijke beschermingsmiddelen in te voeren in de EER worden genomen door een importeur of distributeur zelf. In sommige gevallen kunnen de persoonlijke beschermingsmiddelen worden besteld via internet of worden gekocht in een vrije zone met het oog op distributie of gebruik in de EER. Degene die dergelijke persoonlijke beschermingsmiddelen in de EER in de handel brengt, kan er mogelijk voor zorgen dat de fabrikant voldoet aan zijn verplichtingen volgens de richtlijn PBM. Maar als dat niet gegarandeerd is, moet degene die persoonlijke beschermingsmiddelen in de EER in de handel brengt, zelf aan deze verplichtingen voldoen. Dit geldt ook voor iemand die een persoonlijk beschermingsmiddel voor eigen gebruik invoert in de EER. In dat geval wordt degene die het persoonlijk beschermingsmiddel in de EER in de handel brengt of in gebruik neemt, beschouwd als de fabrikant, en moet hij dus voldoen aan alle verplichtingen van de fabrikant. Dat betekent dat hij moet beschikken over de middelen om aan die verplichtingen te voldoen, hetgeen inhoudt dat hij ervoor moet zorgen dat de persoonlijk beschermingsmiddelen aan alle essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voldoen, dat het technisch dossier beschikbaar is, dat de gebruiksaanwijzing wordt verstrekt, dat de juiste procedure voor overeenstemmingsbeoordeling is uitgevoerd, dat de EG-verklaring van overeenstemming wordt opgesteld en ondertekend, en dat de CE-markering wordt aangebracht.

 

Bijdrage: mr. M.R.F. Gerrits, Van Diepen Van der Kroef Advocaten te Amsterdam (mrf.gerrits@vandiepen.com)

 

1 Richtlijn van de Raad van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid- Staten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (89/686/EEG), PB L 399 van 30.12.1989, blz. 18.

 

2 Zoals persoonlijke beschermingsmiddelen ontworpen voor gebruik door strijdkrachten en politie, voor zelfverdediging of voor reddingsoperaties op vliegtuigen en schepen, helmen of vizieren bestemd voor gebruikers van motorvoertuigen met twee of drie wielen of persoonlijke beschermingsmiddelen voor eenvoudig particulier gebruik, zoals paraplu’s of afwashandschoenen.

 

3 Artikel 2, onder 6, van Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.

 

4 HvJ EG 8 september 2005, zaak C-40/04 (Yonemoto), http://www.ce-uitspraken.eu/ce-uitspraken/importeur- hoeft-conformitei/

 

5 Artikel 2, lid 3 WAPV.

 

6 Deze verplichting vloeit ook voort uit artikel 19 van Verordening (EG) Nr. 765/2008.

 


Op de hoogte blijven?
Aanmelden voor de GRATIS nieuwsbrief

Meer nieuws
15-09-2015De NPR 16832
06-05-2014EN 13034