Comfort van professionele regenkleding

21-05-2013   |   technisch

Beroepsmatig gebruik van regenkleding vereist dat deze dient te voldoen aan de Europese norm EN 343:2003+A1:2007. Dat deze norm eigenlijk geen eisen stelt aan het model van de regenkleding heeft al eerder tot veel verbazing geleid.

Er worden wel eisen gesteld aan de prestatie's op het gebied van de waterdichtheid en het 'ademend vermogen'. Dat laatste is niet zonder reden. Kleding gemaakt uit stoffen die waterdicht zijn, wordt per definitie ook gehinderd in haar vermogen om waterdamp (transpiratie) uit de kleding te transporteren.

Deze eigenschap wordt gezien als een belangrijk comfortbepalend aspect en hieraan worden dan ook hoge eisen gesteld.

Maar zijn deze eisen eigenlijk wel gerechtvaardigd? Wordt het comfort dat regenkleding biedt niet in hogere mate bepaald door het model van de kleding en de gebruiksomstandigheden?

 

Draagtijd

Het 'ademend vermogen' van kleding wordt uitgedrukt in de waterdampweerstand (Ret-waarde). Dit is het omgekeerde van de waterdampdoorlaatbaarheid. Hoe hoger deze weerstand, hoe moeilijker het waterdamptransport door alle stoflagen van de kleding is.

De norm maakt onderscheid tussen 3 comfortklassen (in de norm wordt dit 'classification of water vapour resistance' genoemd).

Klasse 1, waarbij Ret boven 40 m2.Pa/W

Klasse 2, waarbij Ret tussen 20 en 40 m2.Pa/W

Klasse 3, waarbij Ret gelijk of minder dan 20 m2.Pa/W

Het is duidelijk dat het grootste comfort wordt toegekend aan klasse 3 producten.

De Ret waarde dient bepaald te worden op alle lagen tezamen zoals deze in de kleding is verwerkt.

 

Interessant is verder dat in de norm onder annex A een relatie wordt gelegd tussen de Ret waarde en de draagtijd.

De draagtijd is de tijd waarbij men de kleding zonder comfort verlies kan dragen.

Dit wordt gedaan voor bepaalde gebruiksomstandigheid waarbij geldt een relatieve luchtvochtigheid van 50 % en een windsnelheid van 0,5 m/s. Verder is er sprake van een gemiddelde  fysiologische belasting (150 W/m2).

Onder deze omstandigheden zou regenkleding met een klasse 3 tot 20 °C onbeperkt draagbaar zijn. Kleding met een klasse 2 tot 15 °C en klasse 1 tot 5 °C.

 

Ret fixatie

Het bezwaar van deze uitleg is dat er sprake is van een grote versimpeling. In werkelijkheid zal de draagtijd afhangen van veel meer factoren. Factoren die waarschijnlijk nog wel belangrijker zijn dan de Ret waarde.

Het model van de kleding zal er ook toe doen. Is er een mogelijkheid om waterdamp op een andere wijze uit de kleding te verwijderen? Bijvoorbeeld door openingen onder de oksels en/of in het rugpand. Is het waterdamptransport door de kleding per definitie niet geblokkeerd omdat de relatieve luchtvochtigheid bij regen bijna 100 % zal bedragen? En is mogelijk deze Ret waarde helemaal niet relevant?

Bij welke omgevingstemperatuur draagt men nog gevoerde regenkleding? Het is met name deze kleding die in de praktijk een te hoge Ret waarde zou bezitten.

Kortom, comfort van regenkleding is veel complexer dan de norm suggereert.

 

Gebruikers zouden zich dan ook niet te veel moeten fixeren op alleen de Ret waarde van de kleding maar meer oog hebben voor het ontwerp van de kleding en de gebruiksomstandigheden. Hierop dient haar keuze uiteindelijk gebaseerd te worden. Goed ontworpen regenkleding met een lagere klasse kan soms comfortabeler zijn dan slecht ontworpen kleding in klasse 3.

De samenstellers van normen dienen meer oog te hebben voor andere comfortbepalende aspecten en gelijktijdig te zorgen voor een compacte norm met niet al te veel testen en rigide bepalingen.

 


Op de hoogte blijven?
Aanmelden voor de GRATIS nieuwsbrief

Meer nieuws